Wees slim: let niet overal op

Trouw, 7 mei 2016

Vraag iemand die net urenlang in de trein heeft gezeten naar de kleur van de vloerbedekking, en het antwoord blijft waarschijnlijk uit. Kijken doen we de hele dag, maar hoeveel van die visuele informatie verwerken we bewust? Niet veel, lijkt het soms.

Wie wil weten waarom dat niet dom maar juist slim is, kan vanaf deze week het populair wetenschappelijke boek ‘Zo werkt aandacht’ van Stefan van der Stigchel lezen. De experimenteel psycholoog aan de Universiteit Utrecht behandelt er alle facetten van aandacht in, en doorspekte het met voorbeelden uit het dagelijks leven. In zijn opgeruimde kantoor praat de kwieke dertiger door over waartoe al dat aandachtsonderzoek kan leiden. Van diagnoses voor onbegrepen klachten tot veiliger verkeerssituaties.

Allereerst: wat is aandacht eigenlijk?
“Dagelijks worden we gebombardeerd met allerlei visuele informatie, en aandacht is daarin het selectiefilter. Niet alles wat via de zintuigen binnenkomt, is op dat moment belangrijk. Wat voor kleur het shirt van je gesprekspartner heeft bijvoorbeeld. Je luistert immers naar wat die te zeggen heeft.

“In een inmiddels fameus experiment moest een groep mensen tellen hoe vaak de bal werd overgegooid in een basketbalfilmpje. De helft van de mensen miste dat er een man in gorillapak doorheen banjerde. Dat komt doordat het bijhouden van de worpen met de basketbal al zwaar genoeg is. Wat er verder gebeurt is niet belangrijk, en het brein besluit het langs zich heen te laten gaan.”

Dat filteren lijkt dus toch best nuttig.

“Absoluut. Zónder zouden we direct gek worden in de supermarkt: elk woord van elk etiketje zou dan bewust binnenkomen. De hersenen kunnen hun energie wel beter gebruiken.

“Aandacht kun je vergelijken met een zaklamp. Het brein richt zich op de dingen die er op dat moment toe doen – de rest valt weg in het donker. En net als bij een zaklamp kun je de aandacht verspreiden over een groot of een kleiner oppervlak. Van een globale indruk naar de details. Wie in een onbekende supermarkt op zoek is naar de melk, maakt het zoeklicht eerst groot. Een brede blik. Details van de producten in elk gangpad zijn niet belangrijk, eerst moet de koeling in beeld komen. Daarna kan het zoeklicht kleiner: welk merk is het goedkoopst, of het aantrekkelijkst aangeprezen? Wat er allemaal naast de koeling gebeurt, het grote plaatje, komt niet echt meer binnen.”

Waarom is het belangrijk om dat proces precies te begrijpen?

“Om mensen met ADHD in de toekomst beter te kunnen helpen, bijvoorbeeld. Zij vinden het lastig om zich niet te laten afleiden wanneer ze op zoek zijn naar een product in de winkel. Waar anderen zich makkelijk kunnen afsluiten voor de prikkels om hen heen, op hun doel af kunnen gaan, schieten de ogen van iemand met ADHD naar elk opvallend detail. Daarom stellen wij in ons lab de vraag: wat maakt dat iets de aandacht trekt? Onder welke omstandigheden kan het brein niet meer om een opvallende prikkel uit de omgeving heen? Dat is ook belangrijk bij het ontwerpen van een billboard langs de weg. Maak je die té opvallend, dan kunnen er ongelukken komen natuurlijk.

“Daarnaast hopen we uiteindelijk met diagnoses te komen voor mensen met onbegrepen klachten. Veel van hen hebben een hersenbeschadiging opgelopen, en ervaren de wereld nu chaotisch. Ze begrijpen niet goed meer wat er om hen heen gebeurt. Het is lastig om daar de vinger op te leggen, voor zowel patiënt als arts. Wij vermoeden dat zulke klachten ontstaan uit een verminderde aandacht voor de omgeving.”

Want?
“Wie zijn ogen beweegt, ziet de wereld voor zich ook bewegen. Nu zie ik jou recht voor me, maar als ik naar links kijk, neem jij een andere plek in op mijn netvlies. Mijn hersenen moeten dus constant updates maken om te begrijpen dat alles nog steeds op zijn plek staat in de kamer. Jij zit immers nog steeds op dezelfde stoel, ook al krijg ik je nu via mijn ooghoeken binnen. Sommige mensen kunnen dat updaten niet goed meer bijhouden. Door een hersenbeschadiging, of gewoon door het ouder worden. Bewegen ze hun ogen, dan wanen ze zich in een nieuwe wereld. Constant.”

Hoe gaat onderzoek naar aandacht hen aan een diagnose helpen?
“Wanneer een ouder iemand vaak vergeet waar hij zijn spullen neerlegt, kan dat duiden op dementie. Maar het kan ook zijn dat hij bij weglopen niet goed meer ‘begrijpt’ waar hij ze heeft neergelegd. De hersenen zijn de locatie ervan kwijt. Zo iemand lijdt in dat geval dus niet aan dementie, maar aan een aandachtprobleem. Aandacht voor de omgeving, in dit geval.”

“Alleen al de patiënten vertellen wat we weten over aandacht, helpt enorm. Zelfs al hebben we geen remedie. Ze voelen zich erkend.”

Om te laten zien hoe zijn vakgroep dit soort zaken onderzoekt, gaat Van der Stigchel voor in een compleet zwartgeschilderd kamertje, een paar gangen verwijderd van zijn kantoor. Daar staat een apparaat van pakweg 30.000 euro: een eye-tracker die precies in kaart brengt waar een proefpersoon zijn ogen op richt. “Niet goedkoop natuurlijk, maar wel de beste in zijn soort. Geen enkele camera ter wereld brengt de oogpositie zo nauwkeurig in kaart.”
De eye-tracker is weinig meer dan een lamp die infrarood licht uitzendt, en een camera die via de oogpupillen het teruggekaatste licht opvangt. Erachter staat een computerscherm. “In mijn onderzoeken laten we daarop allerlei vormen bewegen. Vervolgens introduceer ik een nieuw element, bijvoorbeeld een rode cirkel. De opdracht: richt de blik zo snel mogelijk op die opdoemende cirkel. Met de eye-tracker zien we precies hoe de ogen daarheen schieten. Maken we de andere bewegende vormen afleidend genoeg, dan hebben mensen moeite met deze opdracht. We zien zo hoeveel afleidende prikkels mensen nodig hebben voor ze de taak niet meer kunnen uitoefenen.”

Maar de echte wereld is toch een stuk grilliger? Je kunt een drukke supermarkt toch moeilijk vergelijken met een wit computerscherm waar het een en ander heen en weer danst?
“Dat zou je denken, maar het verleggen van de aandacht werkt hetzelfde. In zowel de wereld buiten mijn lab als erbinnen hebben mensen een duidelijke taak: zoek de kaas in de supermarkt, of kijk zo snel mogelijk naar een rode cirkel zodra die verschijnt. Hoe het brein reageert op afleidende prikkels verandert daar niet door.”

Een onzichtbare slagboom in de Coentunnel

De mens filtert af en toe ook té veel informatie weg, met name in het verkeer. Toen de gerenoveerde Coentunnel in Amsterdam in 2014 weer openging, stuitten bestuurders daarin op een slagboom. Die kon desgewenst naar beneden om een rijbaan af te sluiten. In nog geen jaar vlogen daar twintig weggebruikers tegenaan.

Rijkswaterstaat probeerde van alles om de versperring meer op te laten vallen. Borden met aankondigingen, een dikkere slagbalk, knipperende lichten. “Het hielp weinig”, zegt Van der Stigchel. “Raar natuurlijk, de bestuurders hebben de slagboom heus wel op hun netvlies gehad – je kunt hem vanuit de verte duidelijk zien.”

In het verklaren van de ongelukken is ‘verwachting’ het sleutelwoord. Of liever: het gebrek daaraan. Niemand voorziet een slagboom op de snelweg. Het brein is simpelweg niet vatbaar voor dat soort vergezochte dingen. “In het verkeer zijn we vooral gefocust op bewegende dingen. Voor zo’n stilstaande slagboom, hoe opvallend aangegeven ook, hebben we een blinde vlek.”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s